Soms zit alles mee: een goede gezondheid, een gelukkig gezin, een zinvolle job als leerkracht… En dan klopt plots de dood aan je deur. Het overkwam Nadia – Naatje voor de vrienden. Naatjes vrouw Hélène reconstrueert het verhaal: van leven en sterven, van angst en berusting, van liefde en verdriet. En wij tekenden haar aangrijpende getuigenis op.

Lieve Goemaere

Peewee bij de treurwilg die ze plantte ter nagedachtenis van Naatje

Naatje en ik, dat leek wel voorbestemd. We hadden schijnbaar alles tegen ons: ik amper zestien, Naatje een volwassen vrouw, gehuwd, mama van Ferre. Niemand juichte onze relatie toe, integendeel, en toch … Toch kozen we voor elkaar, al was dat misschien niet eens een keuze. Wij hoorden samen, punt. Als kind had ik vaak het gevoel: er is iemand die op mij wacht. En van zodra ik Naatje ontmoette, wist ik: ik heb haar gevonden. Mensen begonnen te wennen aan onze relatie, zagen in dat het menens was, en op dat moment viel alles in de plooi.

Natuurlijk hadden wij ook ruzies, maar alles raakte altijd uitgepraat. Want praten met elkaar, dat konden wij als de besten. Over de banaalste onderwerpen, maar ook over heel diepgaande thema’s, over onze binnenkant, wie we waren, hoe we ons echt voelden. Wij droegen geen maskers, deden ons niet anders voor. Naatje kende mij – haar Peeweetje – door en door, en ik haar. Een andere manier van omgaan met elkaar kenden wij niet. We hadden genoeg aan onszelf. Natuurlijk waren we graag bij familie en vrienden, maar we waren ook graag met zijn tweetjes. We vervulden elkaar, als het ware. We leidden ons leven zonder al te grote zorgen.

“We hadden meteen het gevoel: dit komt niet goed”

Naatje was altijd één brok leven en dynamiek geweest. Maar al een tijdje liep alles wat minder vlot dan voorheen. We weten het aan haar leeftijd: als je over de vijftig bent, moet je dat wel ergens gewaarworden, niet? Toen bepaalde klachten bleven aanhouden, werd ze begin april 2016 naar de cardioloog gestuurd. Hij vermoedde wat stress, maar “voor alle zekerheid” moest Naatje maar eens onder de scanner gaan. “Dan was ze helemaal gerust”, zo zei hij. Helaas, het resultaat was rampzalig, gewoon niet te bevatten. De specialist zelf belde haar op en zei: “Mevrouw, met uw hart is niets aan de hand, maar we hebben iets verontrustends gezien bij uw longen. Ik heb al een afspraak voor u bij de longarts geregeld.” We hadden meteen het gevoel: dit komt niet goed.

Naatje had altijd al gezegd dat ze niet lang zou leven. Dachten we allebei daaraan? Ik weet het niet, maar ons gevoel zat niet goed, en dat werd bij de volgende onderzoeken bevestigd. Let wel: Naatje heeft gevochten, elke stap gezet die ze kon zetten: chemo, bestralingen, en dat zonder ooit een adempauze. Maar tezelfdertijd was ze teksten voor haar afscheidsplechtigheid aan het zoeken. De dood werd ons vaste gespreksonderwerp ’s avonds. Soms beklemde het mij, wilde ik het even niet horen, maar ik wist ook hoe bang ze was. Naatje sloeg soms volledig in paniek, en dan wilde ik er voor haar zijn. Ik vond het heel zwaar dat ik haar angst niet kon wegnemen, dat ik haar die rust amper kon schenken. Dat ik er elke seconde voor Naatje was, dat sprak voor zich. Maar de onmacht, die was loodzwaar.

We hebben elkaar, letterlijk en figuurlijk, maandenlang vastgehouden. In bed, in de zetel, al rijdend in de auto zodat ik met mijn linkerhand moest schakelen: haar hand in mijn hand. We wilden elkaar constant voelen. Naatje kreeg de diagnose en zij moest die hele weg afleggen, maar ik heb elke stap met haar mee gezet. Zoals altijd en in alles: samen. Ik werkte al eventjes parttime, maar midden september 2016 ben ik volledig gestopt. Naatje ging achteruit, had meer zorg nodig, was ook ontzettend bang om alleen te zijn. Het was evident dat ik thuisbleef, ik heb daar geen seconde over nagedacht. Ook niet toen ze me vroeg verdere regelingen voor haar afscheidsdienst te treffen.

“Het was de begrafenisondernemer die ons naar het huisvandeMens doorverwees”

Naatje zat met zoveel vragen, en ze vroeg of ik die bij de begrafenisondernemer wilde gaan uitklaren. Ze kon het zelf niet aan om dat gesprek te voeren. Met een heel bang hartje en elke vezel in mijn lijf gespannen van de stress deed ik het, voor haar. Het was de begrafenisondernemer die ons naar de vrijzinnig humanistische consulenten van het huisvandeMens doorverwees. Ik ben meteen gegaan, Lieve heeft me ontvangen, en ze stelde voor om eens bij ons thuis langs te komen. Naatje stond ook daar wat weigerachtig tegenover, maar ik kon haar toch overtuigen. Niet veel later stond Lieve aan de voordeur. Het klikte, en wat Lieve voorstelde, dat was wat we zochten. Samen hadden we al veel teksten geselecteerd, Naatje had in haar hoofd hoe ze het wilde, en Lieve kon er een geheel van maken.

Dat vond Naatje spijtig trouwens, dat mensen pas na haar dood zouden vertellen wat ze echt van haar vonden. Eigenlijk wilde ze dat al bij leven weten. Daarom contacteerden Ferre en ik familie en vrienden. We vroegen hen om een brief te schrijven voor Naatje, over Naatje. Een doos vol brieven konden we haar als kerstcadeautje geven. Want wat geef je eigenlijk aan iemand die stervende is?

“Het gesprek had haar zoveel deugd gedaan, en de tekst stond op punt”

Die post heeft veel voor haar betekend. Net zoals toen ze haar afscheidsplechtigheid te lezen kreeg. Lieve kwam die tekst bij ons thuis bespreken. Naatje voelde zich echt ellendig die dag, zag Lieves bezoek eigenlijk niet zitten. Ik vertelde dat aan de voordeur, en stelde voor dat we Naatje in haar bed lieten, en dat wij dan aan de livingtafel verder zouden overleggen. “Da’s goed”, zei Lieve, “maar ik mag haar toch wel goedendag gaan zeggen, hè?” Uiteindelijk is Lieve in de zetel naast Naatjes bed gaan zitten, en ze is daar uren gebleven. Naatje was helemaal opgeklaard toen ze vertrok. Het gesprek had haar zoveel deugd gedaan, en de tekst stond op punt.

En dan raakte alles plots in een stroomversnelling. Naatje werd steeds zieker. Chemo kon haar leven eventueel enkele weken verlengen, maar kon alles ook zoveel pijnlijker maken. Naatje weigerde de chemo en plots leek ze te berusten. Ze was zo bang geweest om te sterven, had paniekaanvallen doorstaan, leek soms zichzelf te verliezen … en was er nu toch klaar voor?

Op 28 januari 2017 vroeg Naatje om een toertje te gaan wandelen buiten. Ik snapte haar wens, want ze zat al zo lang binnen, maar ze was ook zo verzwakt, het was ijskoud, ze had een rolstoel nodig. Ik stelde als alternatief voor om nog eens, zoals we vroeger soms deden, met de auto langs allerlei kleine baantjes te cruisen. Daar konden wij echt van genieten. Naatje was meteen akkoord, en ik liet haar de route bepalen. We reden langs haar school, haar ouderlijk huis, het mijne … langs alle plekjes die een rol in haar leven hadden gespeeld. Op een bepaald moment gaf ze geen richting meer aan. “Waarheen wil je nu, Naatje?”, vroeg ik. “Naar huis”, was haar antwoord.

“Naatje was er klaar mee, en ze was er klaar voor”

Het heeft niet lang meer geduurd daarna. “Ik kan niet meer”, zei ze – en om dat uit Naatjes mond te horen, dat was echt een kantelmoment: dat ze zelf tot die beslissing was gekomen, zo moedig en zo rustig. Naatje was op, echt op. “Wil je slapen?”, vroeg ik. “Ja.” Ik contacteerde de huisarts en de palliatieve equipe, en in allerijl belde ik haar zus, broer en mijn ouders zodat ze ook hier bij haar konden zijn. Het was zo duidelijk: Naatje was er klaar mee, en ze was er klaar voor. De angst was omgeslagen in rust en berusting, en uiteindelijk stierf ze met Ferre, haar zus en mezelf aan haar zijde.

Het was uitgesloten voor mij dat ze naar een mortuarium zou gaan, dus Naatje werd thuis opgebaard. Dat wilde ze zelf ook, maar ze had me dat niet willen vragen, om me niet voor voldongen feiten te stellen. Dus toen ik op een dag vertelde dat ik dat het liefst wilde, was ze eigenlijk opgelucht. Ik weet dat thuisopbaring niet evident is, maar voor mij was er geen andere optie. Het is niet zo dat ik de hele tijd aan haar zijde zat, maar ik kon haar zien liggen, ik kon haar aanraken wanneer ik wilde.

De afscheidsplechtigheid, die plaatsvond in haar vertrouwde school waar ze altijd had lesgegeven, is precies verlopen zoals Naatje zelf voor ogen had: heel persoonlijk met alles wat ze zelf had gekozen qua muziek, teksten, foto’s. Al verzette elke vezel in mijn lijf zich tegen mijn aanwezigheid daar. Ik had constant het gevoel: ik moet hier weg, ik moet naar huis, ik moet voor Naatje zorgen. Maandenlang waren we aan elkaar gekluisterd, plots was dat weg, was zij verdwenen … Ik kon het echt niet bevatten.

“Hoe lastig het soms ook was, altijd had ik in mijn hoofd: dit is niets vergeleken met wat zij heeft ondergaan”

Ik denk dat ik het nu, tweeënhalf jaar later, nog steeds niet bevat. Rationeel weet ik hoe de vork in de steel zit, emotioneel blijf ik hopen: Naatje kan hier elk moment opnieuw binnenstappen. Veel van wat ik doe, doe ik voor haar. Tijdens haar ziekte had zij me aangespoord om eindelijk aan die moestuin te beginnen waarover ik al zo lang praatte, en dat heb ik gedaan. Maar de groenten eet ik niet op, die geef ik aan mijn moeder. Ik heb samen met mijn zus de Dodentocht van Bornem gewandeld, enkel en alleen voor Naatje. Hoe lastig het soms ook was, altijd had ik in mijn hoofd: dit is niets vergeleken met wat zij heeft ondergaan.

Ze is er niet meer, maar Naatje blijft mijn bestaansreden. Toen we wisten dat ze zou sterven, vroeg Naatje me eens: “Met wat je nu weet, had je drieëntwintig jaar geleden ook voor mij gekozen?” Daar was maar één antwoord op: “Natuurlijk.” De pijn is verschrikkelijk, maar weegt niet op tegen wat wij hadden, ik blijf dat koesteren. Het is allemaal de moeite waard geweest.

In liefdevolle herinnering aan Nadia ‘Naatje’ Caulier, 4 juni 1963 – 3 februari 2017

Reageer